De diversiteit van het pensioenakkoord


In de volksmond wordt het ‘pensioen’ genoemd, maar eigenlijk bestaat dit uit drie dingen: AOW, pensioen en individuele aanvullingen, zoals levensverzekeringen. Na jarenlang onderhandelen in de polder is er deze zomer dan eindelijk een pensioenakkoord bereikt tussen overheid, vakcentrales en werkgeversorganisaties. Maar wat verandert er precies? En waar krijg je als medewerker mee te maken?

Het pensioenakkoord

Het temporiseren van de AOW-leeftijd is een van de belangrijkste veranderingen van het rapport. Deze verandering houdt in dat de AOW-leeftijd in 2020 en 2021 wordt bevroren op 66 jaar en vier maanden. Vanaf 2022 zal dit geleidelijk stijgen tot 67 jaar in 2024. De stijging van de pensioenleeftijd wordt hierbij geremd, in de oude situatie zou 67 namelijk al bereikt zijn in 2021. Vanaf 2025 wordt de AOW-uitkering gekoppeld aan de levensverwachting.

Als we gemiddeld een jaar ouder worden moeten we acht maanden langer doorwerken, in plaats van een jaar, wat voorheen het geval was. Daarnaast krijgen we gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen. Volgens de overheid maakt dit het op langere termijn makkelijker om werkend de AOW-leeftijd te halen. De meningen zijn hierover echter verdeeld.

Eerder stoppen met werken: waarom?

Er is met werkgevers, werknemers en de overheid samengewerkt aan een nieuw pensioenstelsel, maar waarom eigenlijk?

Elke maand betalen werknemers en werkgevers een premie voor het opbouwen van pensioen. Toen de pensioenregeling van start ging was de leeftijd dat mensen met pensioen gingen 65 jaar. Ondertussen worden we gemiddeld vijf tot zeven jaar ouder. Dat betekent dat ouderen momenteel gemiddeld langer met pensioen zijn en er dus meer aanvullend pensioen moet worden uitbetaald dan verwacht. Tevens sloot het pensioenstelsel niet meer goed aan op de huidige arbeidsmarkt. Over het algemeen betaalden jonge en oude werknemers evenveel premie en bouwden daarnaast evenveel pensioenrechten op. Jongeren konden daarbij meer premie beleggen en dat leverde daarom meer op. In principe was dit een goed systeem, mocht het niet zo zijn dat we tegenwoordig vaker wisselen van baan. Mensen werken een tijdje niet of minder om vervolgens ergens anders weer in loondienst te gaan of om voor zichzelf te beginnen. Om ook in de toekomst een goed werkend pensioenbeleid te hebben, zijn er daarom aanpassingen doorgevoerd in het pensioenstelsel.

BART BRENNINKMEIJER


"Ga nu al aan de slag met de kansen die het pensioenakkoord biedt."

Bart Brenninkmeijer, Business Development Leader bij Mercer, adviseert bedrijven om de resterende 26 maanden goed te gebruiken om een optimaal akkoord te bereiken. “Een belangrijke wijziging in het akkoord is dat vanaf 2022 jong en oud dezelfde pensioenpremie zullen ontvangen in plaats van dezelfde jaarlijkse pensioenopbouw. Hierdoor zullen er forse bedragen van oudere werknemers naar jongere werknemers verschuiven. Maar zitten jonge medewerkers wel op deze extra pensioenpremie te wachten? Hebben zij niet liever extra cash om hun studieschuld af te lossen, hun eerste woning aan te kopen of willen ze verlofsparen voor die bijzondere reis. Oudere werknemers willen geholpen worden om hun employability te vergroten via scholing en vitaliteit. Hun instemming met de wijziging laten zij sterk afhangen van de compensatie die zij ontvangen.

Voor beide groepen liggen er kansen voor werkgevers om in deze krappe en snel veranderende arbeidsmarkt de doelstellingen van de organisatie en de wensen van de werknemers zo goed mogelijk met elkaar te matchen. Door met een bredere blik naar het pensioenakkoord te kijken en onderwerpen zoals: duurzame inzetbaarheid, scholing en financieel welzijn mee te nemen, kunnen voor alle betrokken partijen meer vliegen in één klap geslagen worden. Werkgevers die niet onder een cao vallen, zullen hun eigen pensioenakkoord moeten sluiten. En hebben dus veel ruimte om de kansen te benutten, die het pensioenakkoord biedt om hun arbeidsvoorwaarden opnieuw in te richten.”


Eerder stoppen: wil iedereen dat wel?

De 60/80/100 regeling, de VUT, het prepensioen, het proefpensioen… Dit zijn allemaal regelingen die zijn getroffen om het niet te zwaar te maken voor de oudere medemens. En dat is maar goed ook. Voor het overgrote deel van werkend Nederland geldt namelijk dat zij zowel mentaal als fysiek rond hun 60e écht uitkijken naar het moment dat ze eindelijk mogen stoppen. Echter zit het er voor velen financieel niet in om eerder met pensioen te kunnen. Ze staan dan voor het grote dilemma: eerder stoppen en minder pensioen óf langer door en meer lichamelijke klachten. Anderzijds zijn er ook ouderen die helemaal niet willen stoppen. Ouderen die elke dag genieten van het werk wat ze doen en zich mentaal en fysiek tientallen jaren jonger voelen. Voor deze mensen kan het als een belediging voelen als er tegen ze wordt gezegd dat ze te oud zijn en móeten stoppen. Ze willen doorgaan met hetgeen waar hun hart ligt, maar wegens financiële redenen is de werkgever genoodzaakt om ze te ontslaan. Nieuwsuur belicht meerdere kanten van het laatste arbeidsjaar, wat voor sommigen als een zegen voelt en voor anderen als een vloek. Benieuwd? Klik op de button hieronder.